

Alles stroomt en niets blijft. We kunnen
niet tweemaal in dezelfde rivier afdalen
(Heraclitus, filosoof, 540-480 v. Chr.)
‘Vloeibare tijden’ heet één van de laatste boeken
van Zygmunt Bauman. Met als ondertitel ‘Leven in
een tijd van onzekerheid’. En dat is, wat het is,
een tijd van onzekerheid, verwarring, waarin vele
mensen, dorpen, steden, regio’s en organisaties op
zoek zijn naar hun geschiedenis, wortels en ankers,
her- en afkomst. Bauman wordt gekarakteriseerd als
prominent denker over het dubbelproces ‘glocalise-
ring’(een samenvoeging van globalisering en locali-
sering) en bedenker van termen als ‘solid en liquid
identity’. Glocalisering is de wederzijdse door-
dringing van het globale en het lokale dat resulteert
in unieke uitkomsten in verschillende geografische
gebieden (Ritzer, 2004). Of samengevat met de vier
woorden ‘Think global, act local’.
In vroeger tijden waren er vele zekerheden, institu-
ties, patronen, rituelen, waarden en hoorde bijna
iedereen wel ergens bij, een vereniging, een kerk,
een vakbond. Je identiteit stond veelal vast (solid
identity). Vandaag de dag lijkt niets meer vast te
liggen en is samenleving ‘liquide’, vloeibaar.
Mensen moeten zelf hun weg zoeken, voelen zich soms
niet en nergens thuis. Volgens Bauman zijn mensen de
wortels van hun identiteit kwijt geraakt. Steeds op-
nieuw moeten we onze eigen identiteit bepalen; daar-
toe gooien we nu (telkens) ankers uit. Meer vrijheid,
maar tegelijkertijd meer onzekerheid.
Identiteit is een lastig concept, een containerbegrip
dat de laatste decennia, mede door het proces van glo-
balisering en regionalisering weer volop in de belang-
stelling is komen te staan. We stellen onszelf vragen
als: Wie zijn wij? Wat is onze identiteit? In welke
mate voelen wij ons verbonden met ons dorp, stad of
regio of onze organisatie? Waar identificeren wij ons
mee? Waar horen wij bij? Waarin onderscheiden wij ons
of m.a.w. wat is ons onderscheidend vermogen? Wat onder-
scheidt onze plaats of organisatie van anderen? Wat is
ons imago, reputatie? Wie zijn onze concurrenten? Hoe
positioneren en profileren wij onszelf? Hoe organiseren
we dat? Wie zijn onze belangrijkste stakeholders? Wat
kan de rol van de eigen bevolking of werknemers zijn?
Kan het een en ander geschieden met behulp van merkvor-
ming en/of branding? Wat is de rol van een logo en slo-
gan en wanneer zetten we dat in? Welke rol kunnen
evenementen in positionering en profilering spelen?
Allemaal belangrijke vragen in het speelveld van vandaag,
waar de concurrentie tussen plaatsen, regio’s, landen en
organisaties moordend is. De perceptie van de oude Grie-
ken was dat elk iets zijn unieke, bijzondere, eigen
identiteit heeft. Een waarheid die vandaag de dag nog
steeds geldt. Maar het tegenovergestelde, plaatsloosheid,
zoals de geograaf Relph (1976) het uitdrukte, plaatsen
zonder onderscheidend vermogen, nemen de laatste decennia
eveneens toe. Ritzer (2004) noemde het ‘non places’,
plaatsen zonder eigen identiteit, plaatsen die geen ver-
binding hebben met mensen en hun omgeving, hun geschiedenis.
Plaatsen waar geen ‘sense of place’ te ervaren is. Zeker in
een wereld die steeds eenvormiger en verder gestandaardiseerd
wordt, is een eigen onderscheidende identiteit eigenlijk geen
mogelijkheid meer, maar een must.
Het antwoord op dit alles, ligt in de constructie van een identiteit,
gekoppeld aan een visie, een strategie, een merk (branding) met
projecten en evenementen om een identiteit handen en voeten te
geven.